L I E D B E W E R K IN G   zie ook bij

VERHALEN  4 - IK  LEEF  EN  IK  LACH  

 

wallen

            HET WALLENLIED

 

Ik leef en ik lach, als een kind van de schande.

Ik aas op een vent, in het centrum der stad.

Maar een brok souteneur, houdt mij stevig aan banden.

Zodat ik door hem zelfs mijn moeder vergat.

Ik woon in een krot, in een steeg aan de wallen.

De dag is de nacht, en de nacht is de dag.

Zodat ik door hem in de goot ben gevallen,

en zodat ik door hem, zelfs mijn moeder vergat.

 

Refrein:

Maar je hebt er van mij niets te vrezen,

ook al doet het mijn hartje zo'n pijn

want...als ik je zon niet mag wezen,

laat mij dan je schaduw maar zijn.

 

Ik bid en ik huil, als vrouw van de wereld.

Ik leef als een kat, in 't holst van de nacht.

Mijn vadertje lief, droeg mij ooit in zijn handen.

Dit kind was zijn trots, 'k was al wat hij bezat.

Zijn meisje zit hier, achter rode gordijnen

met zijdezacht haar, en hakken van goud

Als hoop voor de man, die geluk moet ontberen

Doe alles voor hem, hoop dat hij me vertrouwt

 

 Refrein:

Want hij heeft heus van mij niets te vrezen,

ook al doet het mijn hartje soms pijn

Weet...als ik je zon niet mag wezen,

laat mij dan zijn schaduw maar zijn.

 

Lied  - K.  Het Wallenlied

Het eerste couplet is origineel uit de oude tijd, het tweede een door Riny aangepaste tekst.

 Uit: Hartje Mokum, zang en melodie door Riny Reiken, binnenkort op deze pagina !