6. Paula van Antilliaans café Watapana aan de Martelaarsgracht

 

Komend vanuit de polder ging ik in Amsterdam op kroegentocht om meer over het horeca-vak te weten te komen. Tijdens die horeca-ontdekkingsreis, leerde ik aan de Martelaarsgracht kroegbazin Paula Boogaard kennen.

 

Paula had indertijd de ‘café vrouw van het Jaar’ prijs gewonnen. In haar café Watapana – naam van een Arubaanse boom - heb ik vele gezellige uurtjes doorgebracht in mijn prille horecajaren. Paula was een bijzonder gastvrije barvrouw, ze was dol op Caribische muziek en maakte graag een zwierig dansje achter haar bar. Dat werkte zo aanstekelijk. het werd vaak een vrolijke avond. Nog altijd heb ik contact  met een vriendin van het eerste uur, Agnes Chandi  (regelmatig halen we hier nog heerlijke herinneringen aan op).

Op een goede dag kwam de aardige cafévrouw Paula Boogaard zelf eens borrelen in mijn café In de Olofspoort.

‘Paula, wat zie je er geweldig uit!’ riep ik haar toe vanachter de bar, waarop ze glimlachte van oor tot oor. In haar vrije tijd droeg ze kleurige merkjurkjes, naadkousen, hoge hakken. Zag ze er altijd verzorgd uit achter de bar. Als ze uitging, zag ze er nog mooier uit, ‘op chique’. Dan ging ze aan de bar staan, trok onverwachts aan de bel, en gaf gul een rondje weg aan het hele gezelschap. Op die manier wist iedereen wie zij was, begreep ik later. Uiterlijk vertoon brengt gasten en geld in het laatje.

Tijdens haar bezoek aan mijn café ging dit ook zo. Daarna wachtte ze tot de laatste gasten waren vertrokken, schopte haar hakken uit en ging zitten op het hoekbankje vóór in de zaak. Met een bessen-jenevertje in de hand, praatte ze honderduit en gaf mij handige horeca tips. Op dat moment liet ze mij een heel andere kant van zichzelf zien, ineens was ze een bezorgde Paula die mij graag – en ook als vrouw - vooruit wilde helpen:

‘Hou de boel goed schoon, poets het koper tijdens je werk, doe dat ook op een stille dag. Zeg gewoon tegen wie er is, dat je hier vanwege de drukte nog niet aan toe bent gekomen. Dat vinden de gasten niet alleen gezellig, ze babbelen maar wat, ze zijn ook altijd nieuwsgierig. En zorg voor het toilet, want uit de toiletten moet je kunnen drinken. Trek geen extra-tip jurk aan met een decolleté, want dat levert je verkeerd volk op. Ze komen er wel voor binnen, maar je krijgt ze weer moeilijk weg, en ze nemen vaak vriendjes van hetzelfde kaliber mee. Kleed jezelf netjes, maar nóóit mooier dan de gasten, want zij willen zelf graag complimentjes horen. En vrouw, als je eens een rondje geeft, doe dat nooit aan het hele gezelschap tegelijk. Vlei iemand onverwachts met een consumptie van het huis en je zult zien: als je met de ene hand geeft, komt het met de andere hand weer terug.’

Haar tips bleken goud waard. Er waren meer tips, over de aanpak van criminelen, dronkaards en verslaafden. Zo informeerde zij me tot in de kleine uurtjes over de gevaarlijke kanten van de horeca die zij zelf als geen ander van dichtbij had ondervonden. Daarna zwaaide ik de doorgewinterde barvrouw uit, tot ze op de brug was.

 

Met grote dank denk ik terug aan Paula Boogaard die zo jong rond haar vijftigste, is overleden en aan de kleine, oude Greet van Beeren ( lees gebbetje 5 ). Ze waren hele verschillende karakters, maar als kroegbazinnen échte vakvrouwen. Ik beschouw ze als engeltjes. Soms kijk ik nog even over mijn schouder en maak een ‘verticaal’ babbeltje met ze.

 

 

* Uit Hartje Mokum, Riny Reiken

- Gebbetje 6. Paula, van Antilliaans café Watapana

Ga naar Geschiedenis:

Jubileumboek 16 - foto Riny Reiken, Agnes Chandi

De namen in dit verhaal zijn authentiek.