Gebbetje 10. Gein met de gatenplant        -HOOFDSTUK 1

 

'Als je die leuke collega nou eens vraagt?' opperde een vrouw tegen haar man: ‘want dan ben je niet zo alleen als ik straks twee weken weg ben. Dan heb je wat gezelligheid om je heen.’

De man keek verrast op. Zijn vrouw regelde de zaken thuis. Zij zorgde ook voor hem; het kwam door haar advies dat hij tot in de puntjes gekleed ging. Maar al te graag hield zij alles onder controle en de regie stevig in handen, want hij was een echte sloddervos. Maar toch wilde ze er nu eens tussenuit: een masterclass op esoterisch vlak in het buitenland met de daarbij behorende yoga sessies zouden haar helemaal terugbrengen naar haar eigen ik. Daar was ze echt aan toe, en dit keer alleen, dat kon niet anders. Haar man kon in deze tijd van het jaar op zijn werk niet worden gemist: met zijn collega was hij verantwoordelijk voor het reilen en zeilen van de bekendste discotheek van Amsterdam, die van tien uur 's avonds tot één uur ’s nachts was geopend. In drie uur tijd kwam daar het grote geld binnenrollen. Maar nu…had hij haar wel goed verstaan? Hoewel hij dol was op zijn vrouw, klonk dit voorstel als muziek in de oren.

Zijn vrouw kwam ook geregeld naar de discotheek, waar hij werkte met die collega Raymond, een aardige, ijdele vent. Deze geroutineerde barman onthield alles, was breed georiënteerd. Daarmee hield hij de clientèle aan de bar, de kassa moest rinkelen. Maar hij was niet gek. Zo iemand als hij - een echte klasbak - vertelde niet alles aan iedereen. Hij kon zwijgen als het graf...

Hij had al veel beleefd in zijn leven; in zijn jonge jaren gewerkt in de confectie, gevaren bij de KNSM en daarna een switch gemaakt naar zelfstandige horeca. Hij was barman geweest in een bekend casino en gastheer in een beroemd Amsterdams bordeel.

In zijn vrije tijd was deze levensgenieter vaak te vinden in een vijf sterren de luxe, maar dan wel het liefst in vrijetijdskleding, aan de andere kant van de bar. Als er iets bijzonders was, ging hij in kostuum 'op chique '. Zelfs was hij een keer verkleed als James Bond om het feest van zijn fans op te fleuren, met witte handschoenen aan.

Allerlei allooi had hij ontvangen, geserveerd, vermaakt en bestudeerd. Daaruit was zijn kracht verder gegroeid. Niet alleen Jan met de pet, artiesten, marktkooplui, zakenlieden of penoze, collega's en bedienden, iedereen had hem in vertrouwen genomen.

In de horeca gebeurde van alles om hem heen. Al die tijd was hij 'schoon' , niet ontvankelijk voor omkoperij, louche zaakjes en ondeugdelijke handeltjes. Hij was niet gediend van gerotzooi bij hem aan de bar, want dan ging diegene er gelijk uit. Pilletjes en snuiven waren uit den boze, daar deed hij niet aan mee, als gastheer in hart en nieren.

Kortom, de goed geklede en modern geknipte Raymond was een pico bello verschijning. Met hem aan de bar voelde de vrouw zich gevleid, verwend en gehoord. Ze had een zwak voor zijn levensstijl. Deze collega van haar man kon namelijk wel goed voor zichzelf zorgen. Hij had haar uitgebreid verteld hoe hij zelf zijn overhemden stralend wit hield. Ze vond hem een leuke, opgewekte en attente vent. Haar man zou best wel iets van hem kunnen opsteken, dacht zij.

Thuis was de sleur er een beetje in geslopen. Haar man had het altijd over zijn werk, zijn vrije tijd ging vaak ook op aan uiterlijk vertoon. 'Imponeren hoort er nu eenmaal ook bij, schat. De fooien komen écht niet vanzelf binnenrollen', had hij meerdere malen uitgelegd. Dus ging hij vaak op pad. En dat waren beslist aangename extraatjes.

Al was het de beroepsregel dat een gastheer nooit bij gasten thuiskwam, toch ging Raymond overstag toen zijn collega met het voorstel kwam een aantal dagen bij hem thuis te komen logeren. Het was niet het huis dat hem lonkte, tevreden als hij was met zijn eigen stek. Bovendien ging het werk door, de nachtelijke uren waren laat voor de kastelein. Het was de collegialiteit die hem meteen over de streep trok.

De twee barmannen waren op elkaar gesteld. Zij lieten elkaar nooit steunen, (deze uitdrukking betekent dat je elkaar altijd helpt en is vaak ook een beroepsregel), maar deze regel ging echt niet voor iedereen op. Dit was een uitzondering. Ze hadden al vaak de gekste geintjes uitgehaald en het zou samen beslist gezellig worden. De Amsterdamse tram bracht de barman met zijn koffer en goede zin op weg naar zijn logeeradres in stadsdeel west. Op vakantie in eigen stad was op zich al een aparte ervaring.

Geregeld zat Raymond smakelijk in zijn vuistje te lachen maar hij hield niet van flauwekul, eenmaal A gezegd, dan volgde ook zeker B. Met goede zin zou hij de vriendschappelijke taak als oppasser op zich nemen. Hij deed graag het voor hem, maar zeker ook voor haar, die charmante, enthousiaste schat. Liefdevol werd de vrouw des huizes uitgezwaaid. 'Komt goed moppie, maak je maar geen zorgen'. Gewrijf over haar billen, een stevige zoen en het geflikflooi van haar geliefde stelde haar gerust, het zat wel goed. Opgelucht en dankbaar om zijn wel en wee, liet zij haar man zijn collega achter. 'Pas je een beetje op hem?' Ze wist best dat de twee geweldig goed met elkaar konden opschieten. Vaak genoeg vertelde haar man over de geintjes die ze samen uithaalden. Zelf kreeg ze zo nu en dan een vette knipoog van de gezellige collega, die zo smakelijk kon vertellen. Zoals zovele anderen hing ze graag aan zijn lippen. Zijn zelfstandigheid was haar beslist niet ontgaan. Zijn motto, 'Echte glorie is pas vergaan als verhalen worden vergeten', was tevens zijn drijfveer.

Zo gezegd, zo gedaan. Het logeeradres beviel hem prima. De heren vermaakten zich opperbest, hadden het naar hun zin met elkaar en hun clientèle. Het huis zagen ze alleen om te slapen. Het grote voordeel was dat ze allebei van gezelligheid hielden en dagelijks samenwerkten.

Na gedane arbeid gingen ze vaak een lekker biefstukje eten, ze kenden de weg. De vrouw kreeg vanuit haar vakantiestek dagelijks een belletje. Op die manier hield zij voor haar gevoel de regie toch een beetje in handen. Eindelijk kon ze van haar cursus en vrije tijd genieten, haar man was dankzij zijn collega gelukkig niet alleen.

Op een avond verschenen onverwachts in het late uur twee knoerten van vrouwen aan de bar, een zwarte en een blonde. Het werk was bijna klaar. Beide barmannen hadden zich snel omgedraaid om naar lucht te happen. Tijdens het passeren bij het barwerk hadden ze elkaar in de oren gefluisterd: 'Jezus, wat bom' en: 'Godsamme, wat een stuk', beseffende dat dit best wel eens een spannende avond zou kunnen worden. Met halve blik, een sissende fluittoon en rollende ogen knikten de heren elkaar instemmend toe. Dat was voldoende. Meteen gooiden ze hun charmes in de strijd. 'Dames, we gaan na het werk nog even naar pianobar, gaan jullie mee?'

Het was sowieso fijn om te relaxen na het harde werken, want binnen een paar uur tijd moest de omzet in het laadje liggen, het kwam vaak neer op ouderwets buffelen. Het werk had de kelen dorstig gemaakt en deze onverwachte ontmoeting was een buitenkansje voor een gezamenlijke slok. De dames bleken goede vriendinnen van elkaar, maar van totaal verschillend kaliber. De ene was huisvrouw, de andere een professionele stripteasedanseres. Beide hadden een geweldig goed figuur; de barmannen waren onder de indruk van hun uiterlijk. Het werd een prettige kennismaking, de dames bleken 'super-interessant', en de vrouwen werden na een paar consumpties uitgenodigd mee te gaan naar huis.

Raymond had zich achter de oren gekrabbeld, zich verbijsterd over het feit dat er zoveel moois in het wild rondliep. En deze dames kwamen nog wel vanzelf op hun pad. Er waren vele soorten vrouwen, dat wist hij heel goed en de keuze was reuze. Hij deed graag zijn best voor ze, en was kritisch.

Deze doorgewinterde barman had vele dames leren kennen, vooral in zijn tijd als gastheer in het bordeel. Die 'meisjes van plezier' of meiden 'uit het leven' waren zijn collega's geweest, terwijl de een nog mooier dan de ander was. Met een aantal had hij een prima band gehad, bovendien kon hij ongelooflijk met ze lachen. Collegiaal als hij was, bracht hij de dames na het werk met zijn auto bijna tot aan hun voordeur, want hij moest er toch langs. Tijdens die ritten had hij vaak een luisterend oor; het leven van deze 'andere' meisjes was zeker niet altijd rozengeur en maneschijn. Hij werd door hen in vertrouwen genomen, ze bleken ook maar gewone mensen. Aan de bar 'praatten' de klanten, na de nodige slokken werden ze vaak loslippig. Zo gingen geheimen toch vaak over de toonbank. Zijn klanten konden aan een boot, een paard en een vrouw toch niets verdienen, dus lieten ze zich liever op allerlei manieren achter de coulissen verwennen door de meisjes. Zo kregen ze 'waar voor hun geld'.

Al kende hij zelf die wereld nog zo goed, het was nooit de zijne. Hij had zo zijn eigen opvatting en hield meer van oprechte warmte. Voor die liefde moest je wel iets doen en dat deed hij graag. 

 

Gebbetje 10. Gein met de gatenplant  - HOOFDSTUK 2

 

En daar zaten ze dan gezellig thuis, die twee keurige barmannen in hun beste doen met twee door moeder natuur gecreëerde brokken. Dat de dames zomaar los liepen in het wild was helemaal geweldig toch? Gedurende de voortzetting van de avond werd de sfeer steeds vertrouwelijker. De dames hielden wel van een babbeltje, ze waren vrolijk en wulps, liepen op hoge pijlers. De één was guitig, een chique versie in het kobaltblauw met decolleté en bontje. Toen ze met haar stralende glimlach tijdens het gesprek een schitterend gouden tand tevoorschijn toverde, moesten de barmannen daar wel even aan wennen. De ander leek iets meer ondeugend, was gekleed in aardbeienrood en had knalroze lippen.

De heren gedroegen zich stijlvol, voelden zich opperbest, maar hielden niet van gerotzooi, het moest echt wel bij een lolletje blijven. Hun gezonde 'voorstudie' had de spanning al aardig doen stijgen. Met champagne in kristallen glas werd vrolijk geklonken op vooral een gezellige nacht, en het feest kon beginnen.

Muziek op de achtergrond, een fijne mix van blues naar een beetje jazzy maakte de sfeer nog wat losser. 'Zeg, doe nog maar een flesje!' riep de heer des huizes, die steeds verder onderuitzakte in zijn luie stoel. Hij was zichtbaar in extase door wulpse spielerei en vol verwachting van wat nog komen zou, klaar om zelf eens een hoofdrol te spelen in een film, en dat nog wel in zijn eigen huis. Hij voelde zich fantastisch.

Met deze spannende vrouwen voelde hij zich nog begerenswaardiger als Casanova zelf. Tongstrelende amuses werden geserveerd als overheerlijke voorproef bij de bubbels. Alle zintuigen in opperste staat van paraatheid. Laat maar gebeuren, dacht hij, want hem was niets meer te gek. De sfeer zat er goed in, en langzaam dimden de lampen. Het ging helemaal vanzelf.

De dames maakten gaandeweg duidelijk een striptease te willen geven en schoven langzaam met sensuele bewegingen richting een immense gatenplant. Het was de favoriete plant van de vakantie vierende echtgenote, deze groene reus diende nu als decor. De professionele stripteasedanseres was een echte vakvrouw, maar haar vriendin deed er niet echt voor onder.

Het zou een geweldige show worden. Geboeid door de sensuele, vloeiende bewegingen en het trillend vrouwenvlees waren de heren steeds meer naar het puntje van hun stoel geschoven. Collegiaal als ze waren, maakten ze de dames geregeld een compliment. In beslag genomen door de soepele lijven en wijd benige, lenige acts, was de adrenaline ze tot ver boven de oren gestegen.

De striptease show werd aldoor pikanter; minuscule kledingstukken, toeters, bellen en jarretels belandden al snel op de grond. 'Kom op, we doen nog een flesje!’ riepen de vrouwen uitzinnig. Terwijl de chicste van de twee wulps om de heren heen danste, rollebolde de andere als een krolse kat over de bank. De aantrekkelijke strippers raakten door het dolle heen. 'Come on guys, we're totally in the mood'. 

Na de nodige glaasjes dansten de meisjes opnieuw richting de gatenplant en kwamen ineens op een lumineus idee. Giechelend pakten zij elk een blad en keken de mannen intens verleidelijk aan. Huppelend van plezier trokken zij plotseling elk aan een steel. Knak! knak! De een verstopte haar borsten er achter, de ander beschermde haar poes als Eva zelf, en zo bewogen zij sensueel op het ritme van de muziek.

De interesse in de gatenplant werd steeds groter. Nu op de tenen om het hoogste blad te grijpen. Vervolgens werd weer een nieuwe steel stevig afgerukt. Voor de verandering werden de stelen tussen de billen geprikt. Het groene blad zag er prachtig uit en wervelde op de maat van de muziek. De dames konden er geen genoeg van krijgen, de heren zeker ook niet. Die toeschouwers lagen gevouwen van de pret en dronken een peperdure whisky, cheers! Het werd een dolle boel die nacht.

Op het hoogtepunt van de voorstelling floot de logé af, zo slim als hij was. Want er moest iemand zijn die de boel in de gaten zou houden. Bovendien had hij beloofd een oogje in het zeil te houden en op zijn collega te letten. Misschien zou het bij hem thuis wel anders zijn afgelopen. Dit zullen we echter nooit weten want een barman heeft zo zijn geheimen en houdt dat graag zo. Eén ding was zeker, zijn zeer gewaardeerde collega hing wat vreemd in zijn stoel. Die had zeker te diep in het glaasje gekeken en was half in coma geraakt.

De dames striptease danseressen werden keurig uitgeleide gedaan: 'Bedankt meiden, het was fantastisch, we hopen jullie zeker nog eens te zien, de show was fantastisch, daaaaaag moppies, en pas goed op, he?'

Het optreden was optima forma geweest, de rotzooi bleef exclusief achter voor de heren. Eén ding was zeker. Aan deze twee knoerten zouden de heren nog vaak terugdenken. Het was een nacht geweest uit duizenden, om nooit te vergeten. Half lazarus waren ze samen de trap opgegaan om hun bed op te zoeken. Raymond kon zich goed herinneren dat hij zijn collega een zetje had gegeven om hem naar de juiste kamer te duwen: 'Niet bij mij alsjeblieft, daar moet je zijn'.

De volgende dag, in een half uitgeslapen roes, kotsmisselijk en met bonzend hoofd, zag de heer des huizes de rommel pas echt. In zijn woonkamer was het een puinzooi.  De logé was al vlijtig aan het opruimen geweest. De bladeren van de gatenplant lagen nog verspreid, want heel graag wilde hij nog even de snuit van zijn collega zien bij het aanschouwen van dit romantisch tafereel.

Afgelopen nacht had zijn collega er nog wel zo stoer en smeuïg bijgezeten, maar deze ervaring was nieuw voor hem. 'Jezus, help!' riep de man totaal overstuur. 'Mijn vrouw komt vanavond thuis en haar lievelingsobject is nu dus helemaal naar de klote, hoe kan dat nou?' Knalrood, met pareltjes angstzweet op zijn voorhoofd kreeg hij bijna een hartverknettering.

Raymond lachte in zijn vuist, maar ditmaal niet om zichzelf. 'Kom op vriend, we gaan snel een plant zoeken op de markt’, Voor het eerst tijdens hun collegiale samenwerking had hij het woord ‘vriend’ gebruikt.

Snel gingen ze samen op pad, het werd een lange zoektocht. 'Zoals er vele vrouwen zijn, zijn er ook vele gatenplanten', wreef Raymond zijn collega nog eens smakelijk lachend onder zijn neus. 'Kom op man, niet zeuren, want jij hebt toch ook genoten van die strippers?' Na lang zoeken zagen ze eenzelfde formaat gatenplant. Het was het wel niet helemaal, maar er was gewoon niets beters. Deze gatenplant plus een kleurig welkomstboeket voor de vrouw des huizes werden grif afgerekend. En daar gingen ze, met hun prooi onder de armen, snel naar het huis om de boel weer op te fleuren.

Slim als ze waren was een schoonmaakbedrijf besteld. Na het boenen, poetsen, schrobben en strijken, werden de meubels door de heren zelf met bijenwas opgewreven. De firma Succes uit Volendam had de opdracht gekregen om het hele huis goed onderhanden te nemen, dat moest een prachtig welkomst cadeautje zijn.

De logé zelf sprayde er nog even lustig op los; hij behandelde de bladeren van de gatenplant met glans spray van de markt en stelde zijn bezorgde collega gerust. Zo zou het niet zo opvallen! En zo kwam alles weer keurig, precies op tijd in de plooi.

'Tsjonge, jonge, dat was op het nippertje', zei de collega. 'Het zijn wel hele zware weken geweest. Zeg Ray, we zijn zelf óók aan vakantie toe, misschien kunnen wij er eens samen tussenuit', opperde hij. Hij had de smaak te pakken gekregen. Zijn wereld leek groter. 'We maken wel een goede kans, en mijn geliefde echtgenote ontgaat helemaal niets, denkt ze. Ga jij dan gezellig mee? Ik moet er toch ook eens tussenuit. Maar morgen komt ze vast eerst een slok bij ons drinken aan de bar in de discotheek, om ook aan jou haar vakantieverhalen te vertellen, bedankt gabber'.

Raymond dacht er het zijne van, het was echt reuze gezellig geweest, daar niet van. Maar het liefst trok hij met vakantie zijn eigen plan en keek al uit naar de tropenzon. Bovendien had zijn eigen idee over 'de liefde'. Voorlopig was hij blij weer naar zijn eigen 'stekkie' te gaan, lekker naar huis.

De taxi kwam voorrijden, een chauffeur mét pet opende de deur. Hij hielp de zichtbaar gebruinde vrouw met uitstappen en sjouwde keurig en vlot haar koffers naar binnen. Twee gladgestreken porems ontvingen liefdevol de vrouw des huizes thuis.

'Lieverd, ik heb je zó gemist, je was zó lang weg, wil je dat nóóit meer doen?' Nog steviger dan stevig werd de vrouw onthaald, vervolgens keek ze opgewekt en blij in het rond. Tijdens de uitvoerige inspectie hoorden de heren haar hoog jubelende stem: ‘Oooh, Aaah, is dat ook schoon? Nee, toch? Wat hebben jullie je best gedaan, écht geweldig, zeg!’  Tot ze naar de hoek van de kamer keek en nog net daarvoor vol verbazing haar mond had opengedaan. Haar indringende geluid was oorverdovend: ‘Het is een andere plant ! 'Ja schat, we hadden een ongelukkie, dat vertel ik je straks wel, okay?'

De vrolijke logé was klaar voor vertrek, hij ging er maar eens vandoor. ‘Jongens tot ziens he? , zei hij opgewekt. Onderweg, terug naar zijn eigen stekkie lachte hij in zijn vuist en dacht, zal mij benieuwen wat hij er van bakt. Hij zal toch wel iéts moeten bedenken, anders slaat ze hem nog tot appelmoes. Bij die gedachte had Raymond in de tram hardop de slappe lach gekregen, want onmiddellijk schoot hem een vroegere grap te binnen.

 

Wat een gein, wat was het leven toch fijn.

Een gastheer heeft echt zijn geheimen,

Een man een man, een woord een woord,

en dat houden we mooi zo!

Een man een man, een woord een woord.

 

Raymond Bouquet werkte in mijn oud Hollands proeflokaal 'In de Olofspoort' aan de Nieuwe brugsteeg in Amsterdam vanaf 1 april 2010. De gezelligheid van een Amsterdams café trok hem nog het meest. Met passie en plezier was hij barman op een plek waar hij zichzelf kon zijn. Dat maakte hem gelukkig, en dat straalde hij uit. Niet alleen de gasten, ook zijn collega's waren enorm gehecht aan onze gastheer. Die tijd met hem heb ik voor geen goud willen missen. Dit verhaal is uiteraard met toestemming geplaatst. 

 

* Uit Hartje Mokum, Riny Reiken / Gebbetje 10. Gein met de gatenplant / Niet alle namen in dit gebbetje zijn vermeld om privacy te waarborgen.                                                                                                                .