k

06.  De dapperste vent

 

Op de hoek van de straat, waar het Proeflokaal staat,

gaat het voor deurtje vaak plotseling open.

Dan komen de mannen van staal,

de proevers,  ’t mooie lokaal binnen gelopen.

Een ‘dappere’ vent, best een beetje verwend,

loopt naar voren en grinnikt,

als de barvrouw hem vraagt,

wat hem 't meeste behaagt:

Hij wil heel graag ‘een drop likeur’ kopen.

 

Na één nip van de drop, is het drankje al op,

snel een volgende bestelt op de tafel:

‘Zelf drink ik heel veel, ‘t is daarom dat ik deel!’

‘Dat is goed, maar houd nou eens je snavel!’

Als de proever, niet meer nuchter in ’t hoofd, belooft,

'nu de laatste, nog één om te rekken?’

zegt de barvrouw heel snel: ‘ik geloof je heus wel,

maar na deze moet jij gaan vertrekken.’

 

De gast is verbaasd, weg is zijn haast,

‘Wil je er soms ook één?...Ik wil nog wat blijven.’

Dan wordt hij gehaald, en zijn drankjes betaald,

met tegenzin gaat hij naar buiten.

In de donkere straat, waar het troepje dan gaat,

weg is rijkdom, de illusie vervlogen.

Veel geschal door de buurt, want hij voelt zich bezuurt,

de ‘dapperste’ voelt zich bedrogen.

 

 

06. Uit: Hartje Mokum, Riny Reiken.

* Geschiedenis drankje, Grapje: Een parodie op 'het snoepwinkeltje'.   

Drop - likorette gaat over snoepers en proevers.

De namen in dit verhaal zijn aangepast om privacy te waarborgen.