Gebbetjes 3. Het heertje en het kasverschil

 

Onder de klanten van het café zijn grote verschillen: zo trekt de één uitbundig aan de bel voor een rondje ‘allemaal!’ en gaat daarmee door tot zijn zakken leeg zijn. Terwijl de ander om maar niet te hoeven betalen juist een smoes bedenkt: een afspraak, plassen, of wegvluchten om de parkeermeter bij te vullen. Om vervolgens in een volgend cafeetje te azen op weer een gratis rondje. En je hebt er klanten tussen die juist alles heel precies bijhouden.

Zoals het keurige meneertje dat in zijn driedelig kostuum wekelijks aan de bar verschijnt met de standaard zin:

‘Goedemiddag, mevrouw, het is weer tijd voor een lekker biertje’.

Nadat ik zijn bestelling op de bar plaats, bedankt hij altijd superbeleefd:

‘Mevrouw, dat zal smaken, mijn dank is groot’.

Vervolgens haalt hij dan uit de zak van zijn jasje een kasboekje tevoorschijn, waarin hij keurig het bedrag noteert. Ik vind dit een nogal omslachtige bezigheid, en lach en een beetje om. Na het nuttigen van precies twee drankjes, groet hij met:

‘Mevrouw, het was weer fantastisch bij u, mijn dank is groot, goedendag’.

En vertrekt weer naar elders.

Op een avond is het al laat en nog een drukte van jewelste aan de bar. Ineens zie ik het heertje  schuifelen tussen de gasten. Hij ziet er verward uit en komt in paniek op me af.

‘Wat is er in godsnaam aan de hand dat u nog zo laat in de stad bent?’ vraag ik.

Uit zijn jas haalt hij het kasboekje tevoorschijn en antwoordt: ‘Kasverschil’.

Bij het zien van zijn hulpeloze gezicht, reageer ik: ‘Goh, wat akelig voor u’.

Het heertje lijkt behoorlijk in de war, het is duidelijk dat hij niet rust vóór zijn probleem is opgelost. Ik opper: ‘Laten we eens nagaan waar u allemaal bent geweest’. Hoewel ik twijfel, of dit een aanslag is op zijn privacy. Ik heb namelijk van deze of gene gehoord dat het heertje op het Oude Kerksplein is gesignaleerd, sigarettenpeuken oprapend om ze vervolgens in een prullenbak te gooien. Wat een zelfopgelegde taak… Ik begin me af te vragen of hij misschien een bezoekje aan de dames heeft gebracht? Want natuurlijk hoor ik achter de bar vaak spannende verhalen uit de buurt en spookt dit ook even door mijn hoofd. Maar aangezien het kasverschil slechts blijkt te gaan om twee gulden en vijfentwintig cent, kan het deze vorm van oplichting beslist niet zijn.

’Nou, vergeet de laatste trein niet en neem een lekker drankje van het huis’, stel ik voor. Met een zwierig gebaar zet ik een pilsje op de bar neer om hem daarmee gerust te stellen. Dat lukt echter moeizaam. Hij blijft zich suf piekeren, er verschijnen zweetpareltjes op zijn voorhoofd. De bar is lekker gevuld, de sfeer gemoedelijk. Een vriendelijk echtpaar naast hem neemt het van me over, probeert hem te troosten. Hij drinkt er zowaar nog één, terwijl hij met gebogen hoofd naar het bierviltje staart.

Op een onverwacht moment steekt het heertje ineens zijn vinger omhoog, zichtbaar opgelucht. Met een zucht haalt hij zijn kasboekje en zijn vulpen tevoorschijn, slaat het open en krast een enorme haal door de bladzijde.

‘Tsjonge, ik ben best nieuwsgierig, u lijkt zo opgelucht’.

‘Hemaworst, dat was het, een Hemaworst’, zei hij, opnieuw diep zuchtend.

Kennelijk had hij na ontvangst van de worst met vette vingers de notitie in het kasboekje uitgesteld.

‘Tsjonge, jonge, wat een geluk, daar moet op gedronken worden’, zeg ik.

Het lijkt of het heertje hiermee een groot wereldprobleem heeft opgelost. Hij denkt nog even na, opent dan nog eens zijn boekje, en schrijft met zijn vulpen hemaworst met daarnaast een dikke streep inkt. Intens gelukkig kijkt hij mij aan en zegt, ‘Geef mij er nog maar eentje, alstublieft.’

 

* Uit Hartje Mokum, Riny Reiken

- Gebbetje 3. Het heertje en het kasverschil

De namen in dit verhaal zijn aangepast om privacy te waarborgen.