s11. Trochsetters, Doorzetters

 

Echte doorzetters 'trochsetters', de Friezen. Een apart volk. Ze kunnen er 'niet over' of het 'ken net'. Voor digibeten, hierbij enige uitleg: In het eerste geval bedoelen ze dat ze ergens niet tegen kunnen, het tweede geeft aan dat iets dus 'niet kan'. Tja, je moet het maar weten, het kan voor enige verwarring zorgen. Het doet me denken aan een Amsterdams voorval bij mij in de zaak.

In het café stond een wandkachel. Toen een dikke man erop ging zitten, sprong hij er meteen van af, geschrokken roepend: 'Allejezus, wat wordt mijn togus heet!' Met de togus wordt de ‘holle’ bedoeld, begreep ik voor het eerst. Want mijn vader, afkomstig uit Drenthe, bedoelde met 'pien in de holle' spierpijn in de billen na een dag hard werken. In Friesland daarentegen is pijn in 'de holle' in je hoofd.

Waar een Amsterdammer op onverwachte momenten 'kolere, moet je kijkuh...' uitroept, roep een Fries 'bliksem'. Toen mijn Friese vriend Paul in mijn leven terugkwam, heeft dat hilarische momenten opgeleverd in het café. Een aantal vaste gasten vond ‘bliksem’ namelijk zo grappig, dat ze het te pas en te onpas riepen als ik achter de bar stond. Er is op die manier heel wat afgebliksemd in de zaak. Ik had er wel lol in, maar liet me niet op de hak nemen. Gewoon doortappen, dacht ik en dan houdt het vanzelf wel weer op. En dat gebeurde ook meestal.

Hebben veel Engelstaligen de gewoonte bij elke gebeurtenis tot vervelens toe het woord 'fuck' te zeggen, een Amsterdammer heeft ook zijn typische gewoontes, zoals een rasechte Amsterdammer die aan me vroeg: 'Wat moet je nou met zo'n kutfries?' Als zoiets in Mokum recht in je ‘smoel' wordt meegedeeld, heb je eigenlijk een compliment te pakken. Je moet het wel weten, want hoe goed ook bedoeld, soms kan er ook ruzie, narigheid van komen. En zeker in een café, waar zoveel nationaliteiten samenkomen en waar gasten soms een slok teveel op hebben.

Ieder blijkt zo zijn eigen ding te hebben, waar je vele kanten mee op kunt. De Friezen spannen daarin de kroon, tradities zijn heilig. Toen Paul me op een dag weer opzocht, heeft ‘heel Amsterdam’ dat moeten weten. 'Loop je even mee naar mijn busje? Daar ligt iets leuks voor je', zei hij. Nietsvermoedend liep ik mee, me afvragend of de verrassing een boeket bloemen zou zijn. Hij was dolblij toen hij me bij zijn busje het geschenk overhandigde, en voor ik het wist liep ik met een vlaggenstok met de Friese vlag terug naar het café.

Het toeval wilde dat de familie Hoogterp daar ook was. De Hoogterpen, de naam zegt het al, zijn ook Friezen en komen oorspronkelijk uit het plaatsje Grouw, 'uitspraak: grou'. Van hun volkslied krijg je echt kippenvel, 'Rôlje, rôlje wetterweagen'. Toen 'de famkes' me met de vlag zagen binnenkomen, zetten ze meteen sportief het Friese volkslied in en familie en andere gasten zongen vanzelf vrolijk mee: 'Klink dan en daverje, fier yn it rûn, Dyn âlde eare, o Fryske grûn.’

En zo was café de Olofspoort even niet door Amsterdammers en toeristen, maar door Friezen ingenomen. Hoewel heit (vader) Hoogterp aanvankelijk principieel tegen een kroegbezoek in Mokum was, vermaakte hij zich kostelijk in de zaak. Hij zong uit volle borst zeemansliederen mee terwijl hij bij mij aan de kop van de bar zat te genieten. Sommige gasten gaan als het ware onder je huid zitten, zo ook deze bijzondere familie. Hoogterp en zijn zoon Jaap vertrokken die nacht als laatsten.

Sindsdien hing bij elke gebeurtenis de Friese vlag naast de Nederlandse aan de cafégevel. Op een dag kwamen drie jongemannen uit Sint Johannesga in het café en zongen mij toe: 'Zeg Famke, schenk mij nog eens in'. Mijn hart smolt.

Bij het afscheid van het café, greep de Amsterdammer (die mijn vriend eerder ‘kutfries’ had genoemd) hem vast en riep: 'Hé kutfries, waarom ga je nou weg, net op het moment dat je zulke mooie biertjes kan tappen! Het kwartje viel, er werd om gelachen, het werd een onvergetelijk afscheid.

'Better lam yn'e kroeg, dan skiep in ’t lan (beter lam in de kroeg, dan schaap in het land). Uit deze tegeltjeswijsheid blijkt een soortgelijke traditie, dat iets zegt over de karakters van dit individuele volk, en zo willen de Friezen graag blijven, oant sjen.

 

 

Friesland heette Frisii (200-400 v. Chr.). De bewoners waren voornamelijk grote, blonde boeren en krijgers, een Germaans volk dat ten noorden van de Rijn leefde. De trotse en standvastige Friezen waren moeilijk te verslaan. De Romeinen hadden veel ontzag voor het volk. De Friezen leefden op onbegaanbaar drassig, moerasland met vruchtbare grond. Handelen deden ze in de vorm van ruil op de markt. Door de hoge belastingen aan de Romeinen kwam betalingsverkeer in gebruik.

Tot rond het jaar 800 waren Friezen heidenen, ze eerden hun goden aan wie ze mensen offerden, hoewel dit gebruik door de ‘Europese’ vorst Karel de Grote was verboden. Vechtend voor onafhankelijkheid en idealen, voerden de Friezen oorlogen, eeuwenlang. Een van hun laatste koningen was Radboud, regerend van 680-719. Met de Friezen vocht Radboud voor het behoud van het geloof in de goden, terwijl intussen het christelijk geloof werd verspreid. Volgens een legende zou koning Radboud worden gedoopt en al met 'één been' in het doopvont hebben gestaan, maar er toch op het moment suprême snel zijn uitgestapt (volgens dit gedichtje):

 

Wulfram, die hem bekeren wou,

beloofde hem de hemel, als hij hem dopen zou.

Doch met één been in het vont bedacht de Friese vorst zich snel,

trouw aan zijn verwanten ging hij liever naar de hel.

 

Nog lange tijd hingen de Friezen hun goden aan als het ‘laatste’ volk dat zich liet bekeren, ze sloegen zelfs bij Dokkum de Engelse missionaris-bisschop Bonifatius met stokslagen dood in 754, een bekend jaartal in vaderlandse geschiedenisboekjes.

Menig Fries kent het verhaal van de volksheld, krijgsheer 'Grote Pier' (1480-1520). Nadat Duitse landsknechten zijn vrouw en kinderen vermoordden en zijn boerderij verbrandden, nam 'Grutte Pier' wraak. Een piraat was geboren, hij verklaarde zijn oorlog, liet minstens 28 schepen zinken, gooide vijfhonderd man overboord, schopte menigeen het land uit. Op afbeeldingen draagt hij een 'kullezak', een ‘schaamkap’ tussen 'hozen', losse broekspijpen. Die buidel bedekte de schaamstreek, was tevens een symbool van viriliteit. In de 16e eeuw kreeg deze buidel grotere afmetingen voor het meenemen van geld, zakdoeken of versnaperingen. Zo ontstond (als men ter kerke ging) het grapje: ‘Vergeet niet het rolletje pepermunt mee te nemen.’

Bijna niemand weet wie de Friezin Margaretha Zelle was, maar iedereen kent haar pseudoniem Mata Hari, de exotische danseres, die in de Eerste Wereldoorlog geheimen van zowel Duitse en Franse militairen wist te ontfutselen. Zij zou dit hebben gedaan uit trouw voor haar vaderland, maar ze kreeg in Parijs als spionne de doodstraf door een vuurpeloton.

De Friezen voelen identiteit met hun taal. Pas in 1996 is de taal officieel erkend door de Europese Unie en worden plaatsnamen langs de wegen zowel in het Fries als in het Nederlands aangeduid.

Friezen koesteren tradities en gewoontes, het 'fierljeppen' (slootje springen met stok), 'keatse' (kaatsen), 'skûtsjessilen' (zeilen met oude vrachtschepen), 'reedriden' (schaatsen). Prins W.A., gekroond tot koning Willem van Oranje, is er in 1986 sportief ontvangen met 'snert mei rikke woarst' (erwtensoep met rookworst) nadat hij een enorme prestatie had geleverd de beroemde Elfstedentocht helemaal uit te rijden onder de naam W.A. van Buren.

Met 'It Swarte Goud' wordt de Fryske Hynder, een trouw, mysterieus raspaard bedoeld, dat sinds de 13e eeuw als zodanig bekend staat. De zwarte paarden vertonen veel overeenkomsten met hun voorouders. Het 'hynder' wordt overal op afgebeeld, als nationale trots. Evenals de Friese vlag, waarop zeven 'pompeblêden' (waterleliebladeren) staan, die naar de Zeven Friese Zeelanden verwijzen, de historische benaming voor gebieden door Friezen bewoond. In 1957 werd de vlag door de staten van Friesland vastgesteld en aan de koningin aangeboden ter bevestiging.

Het gerucht gaat dat Friezen nog altijd koppig zijn, maar of dit echt zo is?

s

Doe je best en leer ze eens kennen,

zoek gelijk deze mooie provincie eens op,

er is heel veel te ontdekken,

en laat je verassen door een warm onthaal.

Het is een 'smûk plakje', gezellig plekje.

 

 

 

 

11. Uit: Hartje Mokum, Riny Reiken. * Geschiedenis drankje / Smûk Slokje - Kruidenlikorette gaat over Zegswijzen.

De namen in dit verhaal zijn authentiek.