9. De kastelein als gastheer

 

Voor mijn tijd bestond er een generatie klassieke kelners die heel goed zelf een bar kon besturen en deels werd ingezet bij het algemene beheer.

 

In de jonge jaren van ‘onze’ gastheer Raymond Bouquet, was het nog de gewoonte een kostuum aan te laten meten bij een vooraanstaande zaak. ‘Iedereen’, obers, artiesten en mensen uit het hele land, kwamen hiervoor bij de bedrijfskledingzaak van Toni van Heugten in de Kinkerstraat.

Obers droegen een gladde, donkere heupbroek zonder zakken met een gulpje van een centimeter of tien. Volgens Raymond, die altijd graag grapjes maakt, waren de broeken zo laag, dat je blij was als de broek aan de voorkant op je heup bleef hangen. Daarbij werd dan een keurig roze opengewerkt kanten getailleerd overhemd met pofmouwen aangemeten. Het gold als een eer wanneer de baas het outfit voor je betaalde. Velen moesten er zelf voor sparen. Om het super outfit er goed te laten uitzien, deden de heren-barmannen er het nodige aan om op het juiste gewicht te blijven: ze trainden driftig in sportscholen. Het was oefenen tussen allerlei allooi, van heren van aanzien tot penoze.

Na de oefeningen was een douche zeer aangenaam, men kon weer opgefrist aan de slag gaan. De voornoemde gastheer kennende, had hij altijd een geweldige kwaliteitsshampoo in zijn sporttas bij zich. Maar dat één van zijn collega’s altijd zijn shampoo vergat en geregeld bij hem op de biets-tour ging, daar kreeg hij wel genoeg van. Hij was het ‘heb jij nog een beetje voor mij?’ zo beu, dat hij een plan bedacht de inhoud van het flesje te verwisselen met een andere shampoo. Toen de heren na afloop van het sporten aan de bar zaten, verscheen de collega, in paniek: zijn haren waren knal oranje! Iedereen bulderde van het lachen. Zulke geintjes kon je toen nog uithalen, en je kon er op wachten zelf aan de beurt te zijn. Waakzaamheid was geboden!

Kelners droegen het haar glad achterover gekamd in een scheiding met Brylcreem. Nadat de bedrijfskleding uit de mode raakte, en doorging voor oubollig, veranderde de kledingstijl. Men droeg het liefst een spierwit hemd, een vouw in de pantalon en glimmende zwarte schoenen.

Het publiek heeft nog steeds veel ontzag voor vakkundige kasteleins; je kan en kon beter geen spatsies met ze uithalen. In de betere zaken kregen zij vaak de vrije hand van hun werkgevers, dwongen respect af en kenden de clientèle bij naam of bijnaam. Een behoorlijk salaris en een goedgevulde fooienpot was hun eigen verdienste door het leveren van vakmanschap.

Tijdens mijn horecatijd kreeg de naam kastelein ook de nieuwe term van gastheer, op de voet gevolgd door gastvrouwen die zich vanwege de emancipatie niet uit het veld lieten slaan. Verschil was er wel en dat zal wel altijd zo blijven. Het ging ook mis: de verleiding van drank, drugs en vrouwen leidde er toe dat velen op het verkeerde pad raakten. Gokkers verloren hun geld en geluksdroom, en belandden vaak als hopeloos geval in de goot.

Kasteleins uit de goede oude tijd zijn zeldzaam. Enkelen hebben het goed overleefd. Vanwege geluk en gezonde genen, en veelal omdat het slimmeriken waren of zijn, die goed op zichzelf pasten en verleidingen hadden weten te weerstaan door goed voor lichaam en geest te zorgen, ogen goed open te houden en altijd mondje dicht.

Humor is een factor. Een goede kastelein hield alles in de gaten, vertelde de grappen vaak  smeuïg en was in staat de mensen tot sluitingstijd te verpozen. Vooral in de kleinere zaken was de bar  zijn werkterrein, zijn heiligdom, waar je niet mocht aankomen, ook niet als het druk was. Het liefst bestierde hij de tent alleen. Dit veranderde door de tijdgeest en er zijn nog maar enkele bedrijven waar dit werk mogelijk is.

Qua charme hadden ze vaak zelf de eerste keuze. Van een goede kastelein wordt verwacht dat hij opgewekt is en hierdoor bijzonder populair. Ze weten en wisten de dames goed te amuseren met grapjes of vleierij, en kenden ‘en public’ hun grens.

Na het werk gingen de heren vaak collegiaal op stap om de bloemetjes buiten te zetten in horeca gelegenheden  in de buurt, waar ze veelal kontakten onderhielden voor het uiterlijk vertoon en de klandizie. Zo bleef het horeca circuit in stand. Privacy stond hoger in het vaandel dan gedacht door de bezoekers. Een ras kastelein was zeer alert, kon zwijgen als het graf. Hij zou wel oppassen zijn ziel en zaligheid te delen.

 

Meer lezen over de echte kastelein/gastheer? Zie bij ‘verhalen 05, Ode aan Bouquet’. Raymond Bouquet werkte in het proeflokaal "In de Olofspoort" van 1 april 2010 tot aan de sluiting, en dit is géén grap!

 

 

* Uit Hartje Mokum, Riny Reiken

- Gebbetje 9.  De kastelein als gastheer.

De namen in dit verhaal zijn authentiek.

Ga naar Geschiedenis: 

Jubileumboek 6 - Raymond Bouquet, Gabriela Chisca, Robby Brouwer, Paul Hakze, Adrian Buhai

Jubileumboek 8 en 18  - Robby Brouwer, Riny Reiken, Raymond Bouquet 

Jubileumboek 9 - Riny Reiken was 30 jaar uitbaatster van In de Olofspoort.

Jubileumboek 12 - Adrian Buhai, all round klusjesman 

Jubileumboek 13 - Riny Reiken, Raymond Bouquet 

Jubileumboek 15 - Gastheer Raymond Bouquet, Ana V. Martins

Jubileumboek 19 en 22  - Riny Reiken, Paul Hakze

Jubileumboek 20 - Verjaardagsetiket voor Raymond

* Tip: Ga naar de webshop voor onze cranberry Bessenjenever BOUQUET