15.   Leven in de Gloria  - deel I

 

'Lang zal ze leven, lang zal ze leven...in de Gloooria!'  d

Er is iemand jarig; binnen no-time schalt het verjaardag lied door de hele zaak, nadat ik het heb ingezet. Heerlijk vind ik dat, als iedereen meezingt en vrolijk het glas heft. Of je elkaar kent of niet doet er eigenlijk niet toe; men is even vrij van de dagelijkse beslommeringen, even helemaal uit, los van de wereld. Anoniem tot aan het vertrek naar buiten, over de dikke drempel van het proeflokaal. Het schept voor even een band die je snel weer los kunt laten.  Zo heb ik het verjaardag lied vaak gehoord uit vele kelen, luidkeels gezongen door stelletjes, of verlegen vanuit een stil hoekje of aan de bar. Sommigen zingen bij feestjes liever helemaal niet, voelen zich er ongemakkelijk bij.

Mijn Drentsche ouders goten hun kinderen met de paplepel in om toch vooral het leven te vieren; het werd van jongs af aangeleerd. Door de rijke erfenis van het plezier delen, horen zeker mijn grote zus Janneke, mijn jongere broertje Wim en hun aanhang tot mijn vrienden. En sinds Paul, mijn huidige Friese vriend en tevens vroegere echtgenoot na vijfendertig jaar weer terug is in mijn leven, drinken wij ook gezellig een drankje met zijn mem. Zij, mijn vroegere schoonmoeder Minke, bleef mij al die jaren trouw bezoeken in mijn Proeflokaal in Amsterdam. Tijdens een onverwachte ontmoeting op de Dam werden door een groep Japanners foto's van ons gemaakt, de blijdschap was zicht- en hoorbaar. Al mijn brieven aan haar adres bewaarde ze jarenlang zorgvuldig in een trommeltje, een mooi overzicht voor mijn biografie? Hoe dan ook, wij genieten nu weer samen van alle mooie kiekjes van weleer. Tijdens een mooi moment zoals een verjaardag maar ook zeker bij moeilijke momenten, wordt traditioneel nog steeds bij onze beider families gezamenlijk het glas geheven. 

In onze prille jeugdjaren kwamen onze vriendjes en vriendinnetjes gezellig bij ons thuis borrelen. Hoewel wij toen nog proostten met een glaasje priklimonade zonder alcohol, was de pret er niet minder om. In onze tienerjaren kregen we tijdens feestjes en partijtjes wel eens een kleurig glaasje vruchtenbowl of bessenjenevertje. Mijn eerste advocaatje met slagroom kreeg ik van mijn ouders toen ik voor het eerst ongesteld was en vrouw geworden. Dit werd 's avonds discreet gevierd. Ik was er heel verlegen mee maar ook apetrots, want vanaf toen hoorde ik echt bij de groten. Mijn moeder maakte voor de gelegenheid mijn eerste plissé rokje.

Proost, op het leven in de Gloria!

Jaren later zouden die woorden een andere lading krijgen. In hartje Mokum leerde ik namelijk dat je ‘in het leven’ zit als je de kost verdient met werken achter de rode ramen op de Walletjes.

Ik werkte nog niet zo lang in Amsterdam in de tijd dat in het nabije steegje een bleekpot-blonde dame achter het raam werkte. We zullen haar voor het gemak Yvon noemen. Na haar werk op zaterdag kwam ze altijd bonbons kopen voor haar clientèle. Ik had toen nog een chocoladewinkeltje in Anton Pieck stijl op de locatie van het latere Proeflokaal.

Na Yvons vele bezoekjes en oprechte belangstelling in mijn persoontje, kwam ik een beetje los. Het was voor mij een volslagen nieuwe beleving, nadat ik beleefd aan haar vroeg: 'Hoe was jouw dag Yvon?' Waarop ze me met een typisch Amsterdams accent gevat antwoord gaf: 'Moet je horen juffie, ik heb toch een dag gehad vandaag…ik had een chineessie, hahaha, wat een kleintje, ik heb nog nóóit zo'n kleintje gezien.’ Toen ze mijn verbaasde blik zag, deed ze er nog een schep bovenop. 'Tsjonge, ik bedenk, ik had beter een pincetje kenne gebruike'. We gierden allebei van het lachen. Maar jaloers kon ik toch echt niet op haar worden.

Het leven kent immers vele vormen, er bestaan vele ambachten om uit te voeren. Het is maar net waar je bent geboren en welke kansen er voor je open liggen, of je krijgt die kansen misschien niet. Kun je dan überhaupt wel keuzes maken? Geluk is niet bij voorbaat voor iedereen vastgelegd.

Een oordeel mag je over niemand geven, het is eigenlijk net zo als met het geloof. Geloof je wel of niet, en als je gelooft, waarin dan wel? Dat is vaak al moeilijk onder woorden te brengen voor jezelf, laat staan dat je voor de ander kunt denken. Het valt ook niet mee, want niemand weet hoe het écht zit. Het geloof maakt in elk geval vele tongen los.

Soms zijn mensen het geloof in zichzelf kwijt geraakt. Je hebt van die types, die zeurend over de bar heen kunnen hangen en het altijd veel moeilijker hebben dan een ander, onder het mom: 'Morgen ben ik ziek hoor, néé, nee hoor, ik heb er gewoon effe geen zin meer in'. Om vervolgens oeverloos door te zwetsen over datzelfde geloof, de ‘rotte’ maatschappij of hun ‘klerewijf’ thuis dat nergens voor deugt.

Nog zo’n klassieker is: 'Nou, heb ik zóveel gedaan voor die mensen, en wat krijg ik terug? He-le-maal niks, ik krijg er toch zo'n pijn in m'n kop van, ik heb een burn-out. Weet je wat, geef mij maar een biertje en zet er een borreltje naast'. Het zijn van die praatjes waar ik me totaal niet op concentreer, je schiet er niets mee op. Bovendien denk ik, waarom zou je iets voor een ander doen als je er iets voor terug verwacht? Dan zit er een belang bij. Je doet iets voor iemand, of niet, is mijn mening. Dus meestal druk ik dergelijk geouwehoer met een kwinkslag de kop in, want anders geeft het nog eindeloze discussies aan de bar. Bovendien heb ik door de jaren heen best veel verschillende visies aangehoord.

Soms doe je het af met een grap, maar soms krijgt iemand er ook wel eens hard van langs. Het ligt er maar net aan hoe de sfeer is en welke gasten aanwezig zijn aan de bar. Een enkeling is wel eens te redden, bij wie er dan toch 'ergens' een lampje gaat branden. En soms komt iemand terug om trots het vervolg te delen.

Over onderwerpen als politiek en geloof blijf ik maar liever op de vlakte, wetend dat er vaak ruzie van komt. Voor mij zit het zo: Hoewel de belofte van het leven na de dood in een bloemrijke hemel mij heel aanlokkelijk in de oren klinkt, ben ik nog altijd blij dat ik fysiek op deze aarde mag vertoeven. Met beide benen in nuchterheid, en het liefst op Hollandse bodem.

De doorsnee mens vindt het leven vaak uitdagend en best wel mooi, vooral als alles meezit. Mijn ervaring is dat wanneer het in het leven tegenzit, je toch best nog geluk kunt hebben. Want wat voel ik me rijk - mezelf als voorbeeld nemend - te weten dat vrienden altijd met mij meeleefden, waardoor ik me gesterkt voelde in voor- en tegenspoed. Alleen al even bellen, een korte babbel, doet wonderen.

In een horecabedrijf gaat het er allemaal anders aan toe, er heerst vaak uiterlijke schijn. Er wordt je meer toevertrouwd dan je zou willen horen, discretie hoort in hoge mate bij het vak. Je biedt een luisterend oor, maar zwijgt in alle talen, als je het beroep echt serieus neemt. Het vertrouwen in een kastelein is groot, dus je past wel op met een oordeel uit te spreken, je mag het hoogstens denken.

De bekende tegeltjeswijsheid: horen, zien en zwijgen, gaf mij de nodige houvast. Vaak kreeg ik energie van de bezoekers en ging dan op vleugeltjes naar huis. Echter heus niet altijd. Je moet serieus naar jezelf blijven kijken. Het is namelijk een hele toer om alles onder de knie te krijgen, zeker als er ook gigantische slapjanussen bij je aan de bar zitten.

Het leven in een wereldstad als Amsterdam verschilt enorm van het plaatsje Wieringerwerf in Noord-Holland, waar ik ben geboren. Er valt in Amsterdam heel veel te beleven, er gebeuren gekke dingen in situaties die ik thuis nooit voor mogelijk had gehouden.

Mokum bracht in mijn persoonlijke leven vele nieuwe impulsen en invloeden. Toch nam ik mijn vroegere wijsheden mee. Ik wilde vooral mezelf blijven. Het verschil in de Amsterdamse omgeving was echter, dat ik voor en achter de coulissen meestal op eigen kracht moest handelen en problemen oplossen. Daarom was het soms handig een houding aan te meten.

Uiteindelijk is het mij gelukt stand te houden en bleek de basis toch sterker te zijn dan ik voor mogelijk hield. Vijfendertig jaar lang runde ik mijn eigen bedrijf in het hart van Mokum, mijn chocoladewinkel werd na vijf jaar omgetoverd in het mooie historische Proeflokaal In de Olofspoort. Als  horeca-uitbaatster werkte ik daar vervolgens nog dertig jaar en had ongelooflijk veel mazzel met juiste collega's op mijn pad. Vanaf mijn prilste jeugdjaren trek ik op met een groepje vaste vriendinnen. Helaas is onlangs Rennie, een zeer dierbare jeugdvriendin overleden. Wij waren er altijd voor elkaar, het ging vanzelf. We deelden heel veel, en maakten samen plezier. Als toegewijde, alleenstaande moeder leefde zij vol passie voor haar kinderen en ik mocht daar getuige van zijn. Tijdens haar geliefde uurtjes met de kids, schaatsen of voetbal haalde ik het niet in mijn hoofd om haar te storen. Sport, maar ook mooie momentjes in haar rozentuin, waren haar lust en haar leven. Wij hebben elkaar altijd nodig gehad; hele goede, maar ook slechtere tijden met elkaar gedeeld. Als je jong bent lijkt een belletje of een babbeltje zo normaal, vanzelfsprekend, terwijl je nog denkt dat alles altijd zo blijft. Soms verlang ik intens terug naar die tijd, toen alles zo simpel en puur leek. Ik ervaar het verlies als een groot gemis. Rennie hield van wijze woorden en kwinkslagen. Haar grappige uitspraak 'neus in de lucht' heeft mij altijd enorm geholpen door te gaan. Helaas, het is voorbij. Om met de woorden van onze gastheer Raymond te spreken, 'herinneringen zijn de souvenirs van het leven'. En dat zijn er gelukkig vele. Drozen likorette (verhaal 7) van Hartje Mokum werd speciaal aan mijn vriendin opgedragen. Het drankje staat voor het geloof, dat de liefde die altijd blijft. 
Met een groepje andere, dierbare vriendinnetjes verkenden wij steeds onze grenzen. Er werd heus wel gekibbeld maar een ruzietje werd altijd snel bijgelegd. Door het rennen, ravotten en delen raakten wij enorm gehecht aan elkaar. Wij draaiden de spiegel wel eens van ons af, zoals ieder kind dat doet. Maar hadden toch de moed om in die spiegel te kijken, vooral naar onszelf. Daar leerde je van. Wij waren het zeker niet altijd eens, maar onze gunfactor bleef hoog. Geen gezeur, wij waren er gewoon voor elkaar en slaan nog steeds een arm om elkaars schouders. In lief en leed. Wat een rijkdom, als je al jong  vrienden hebt; het vormt je, herinnert en geeft kracht voor je latere leven. Ik kan nog altijd heimwee voelen naar de gezelligheid van de spetterende verjaardagsfeestjes. Bij de voorpret, het organiseren van een partijtje, was ik zelf het altijd meest opgewonden als ik een leuk cadeau had uitgezocht. Onder gekleurde ballonnen en slingers was het extra spannend als onze presentjes werden uitgepakt en spelletjes gespeeld als mens-erger-je-niet of dobbelen.

In de buitenlucht speelden wij verstoppertje, hinkelen, zaklopen. Wij dronken bessenlimonade, aten bananen, peertjes- en appeltaart met slagroom. Bij het afscheid kreeg je een kauwgombal, trekdrop of spekkie mee, dat was pas feest...

Met een aantal klasgenootjes van de lagere school verhuisden wij naar de middelbare school. Geheimpjes, spannende en droevige momenten hebben wij met elkaar gedeeld. Wij boden elkaar veiligheid en geborgenheid. We sjouwden rond met de wijsheid in onze zware schooltassen, loeizwaar met al die boeken, maar je fietste ermee van hot naar her.

Vanuit de prille jeugdjaren ontstond op de Mavo een bondgenootschap van drie vriendinnen, de BFF's. Ook wij omarmen elkaar nog steeds. Betty en Nynke waren beide heel sportief. Betty leefde zich graag uit op de tennisbaan. In een spierwit rokje met wapperende, witte staarten, vocht ze als een tijger met haar tennisracket. Ik vond dat een super prestatie.    Mijn vriendinnetje Betty stond op gymles altijd dicht bij de balk, want ik viel er vaak vanaf (ze wist dat ik hoogtevrees had, dat was zo lief). Nynke hield ook van sporten, maar maakte daarnaast tijd vrij als ik weer zat te zwoegen aan moeilijke studie opdrachten. Zij mocht tijdens feestjes moderne hotpants dragen en een beetje make-up, het stond prachtig bij haar blonde golvende haar. Zelf ging ik tussen de middag snel naar huis om me ook weer op te tutten, want je wilde er wel leuk uitzien. Er waren heel spannende fuifjes in het kamertje van Nynke, waar visnetten met gekleurde lampjes aan het plafond hingen. Vaak waren wij met zijn drietjes te vinden bij het zwembad en gingen later samen naar dansles. Dat was bijzonder spannend, zeker als de jonge heren hun interesses toonden. Het waren echt hilarische, spetterende tijden. Wij vierden alles wat er te vieren was en filosofeerden wijs. Wij hebben onze pubertijd intens beleefd. Om sexy over te komen bleekten wij onze spijkerbroeken en knipten onderaan de pijpen lange rafels. Je was pas echt hip als je favoriete bands er op waren gekladderd met dikke viltstiften. Namen en platen van The Beatles, Bee Gees, Cats, Moody Blues en vele anderen toonden wij vol trots aan elkaar. Al jong pikte je onbewust  veel op, ook van andere vriendinnetjes. Je haalde er voor later het beste uit. Onze vriendinnen Yvonne & Hennie zijn ook nog altijd onafscheidelijk en kwamen steeds weer polshoogte nemen in Amsterdam. Dat vond ik ook zó geweldig. Hoewel wij vroeger graag onze afspraakjes maakten in de vrije natuur, zaten we hier gezellig bij mij aan de bar in de zaak. Want tijd om zelf ergens heen te gaan had ik bijna nooit. Nog steeds vinden we het heerlijk om bij te kletsen onder het genot van een bakkie koffie of een lekker wijntje. Dan krijgen wij nog steeds rode wangen, giebelen en babbelen honderduit. In ons hart zijn wij toch altijd nog die jonge poldermeisjes. Wij zijn opgegroeid met een bepaalde mentaliteit en vochten voor elkaar. Dat raak je nooit meer kwijt. Ineens weet ik, dat is het: het gevoel van bescherming en zeker weten dat je van elkaar op aan kunt. Wij meisjes gingen door, door alles heen, ons eigen wijsje zingend.   

 15.  -deel I   Uit: Hartje Mokum, Riny Reiken. 

* Geschiedenis drankje /  Klavertje drie -Koffie likorette gaat over Hoop, Geluk en Liefde.     

* Ga voor het vervolg met anekdotes naar verhalen 15. -deel II